Martin & John Seiffers

Het ontstaan van BAT

Het verhaal begint in het vliegtuig als Martin naast een Duitse vrouw komt te zitten. Ze raken aan de praat en het blijkt dat Aster, die van oorsprong Ethiopische is, betrokken is bij projecten voor aidswezen in Awassa. Deze ontmoeting is voor Martin en John het antwoord op een gevoel waar ze al een tijd mee rondlopen. Door hun werk zijn ze regelmatig in landen als Ethiopië, Vietnam en Kenia geweest. Wat hen daar steeds weer opvalt zijn de straatkinderen. Graag willen ze met hun ervaring en kennis iets voor deze kinderen betekenen. Aster weet in Awassa een project dat zeer geschikt kan zijn voor de broers. Het gaat om het oprichten van een tehuis voor kinderen waarvan een of beide ouders overleden is aan aids.

Martin en John besluiten de stap te wagen en dit project aan te nemen. Ze willen dit echter niet alleen gaan doen, maar zich aansluiten bij een groep die al werkzaam is in Ethiopië en dus bekend is met het land en de daar werkzame organisaties. Maar welke?

Op die vraag komt een antwoord als Martin een keer een afspraak heeft bij zijn notaris. In de wachtruimte ligt een boekje over goede doelen wat hij meteen doorbladert op zoek naar een organisatie die geschikt lijkt om mee in zee te gaan. Na wat rondbellen komt hij bij ISEE terecht. Gesprekken met de voorzitter en leden van de commissie MSE geven een goed gevoel. De broers worden uitgenodigd om in oktober 2006 de Werkgroependag te bezoeken.

Martin vertelt: "Eigenlijk heeft de Werkgroependag ons het laatste zetje gegeven om ons aan te sluiten bij de stichting. De ontmoeting met de mensen van de werkgroepen uit het hele land en de persoonlijke betrokkenheid van iedereen heeft ons enorm geïnspireerd. Het was fijne dag. We voelen ons hier echt thuis. John en ik willen ook zo persoonlijk betrokken zijn bij ons project. Dat we de kinderen een BAT, wat huis betekent, en een toekomst kunnen bieden."

Nu de werkgroep 'Vrienden van Bat' een feit is, begint het werk pas echt. ISEE heeft zich garant gesteld voor het project, maar de broers willen het liefst zelf de benodigde gelden bij elkaar zien te krijgen. Ze willen dit doen door bedrijven, Rotary- en Lionclubs te benaderen en door zelf acties op touw te zetten.

John over de initiatieven: "Ik verkoop op mijn werk flesjes frisdrank aan de studenten, dat begint al lekker te lopen. Een van de studenten die voor een stage een site moet maken waarop allemaal goede doelen komen te staan bood me al aan om mijn project daar ook op te zetten. Een andere broer van ons is muzikant en heeft aangeboden om concerten te gaan geven, waarvan een deel dan voor ons project is. Ook het Apostolisch Genootschap, waar wij lid van zijn, wil ons financieel steunen om het tehuis in Awassa te realiseren. Ook via internet proberen we ons project op alle mogelijke manieren onder de aandacht te brengen (zie kader bovenaan de pagina)." Het project in Awassa van de organisatie BAT Street Childrens Assisting Development is begin 2007 van start gegaan met vijftien kinderen in de leeftijd van vijf tot vijftien jaar. Zij krijgen onderdak, eten, medische zorg en scholing. Bat

Wie zijn Martin en John Seiffers


Martin Seiffers (l)
27 jaar getrouwd en vier kinderen.
Director Finance & Control bij Florensis in Zwijndrecht.
Als bedrijfseconoom is hij verbonden geweest aan verschillende nationaal en internationaal opererende bedrijven. Hij heeft hier kennis gemaakt met culturen en regelgeving in zowel westerse als in derdewereld landen. In bijna alle gevallen heeft hij de administratieve opzet van de bedrijven begeleid en getoetst aan de lokale wetten en voorwaarden. Import en export waren hierbij ook belangrijke aandachtsgebieden. Het optimaliseren en het begeleiden van de lokale kennis zijn volgens hem de uitdaging waar wij als westerlingen een win-win situatie mee kunnen creëren.
John Seiffers (r)
21 jaar getrouwd en twee kinderen.
Docent Mechatronica aan de TU in Delft.
Heeft vele jaren ervaring op het gebied van Mechatronica in het onderzoek en onderwijs. Deze ervaringen heeft hij ook voor een deel overgedragen in het buitenland, o.a. Vietnam. Hierdoor heeft hij goed inzicht kunnen krijgen in de technische kennis en mogelijkheden die daar beschikbaar zijn. De kwaliteit kan hoog zijn en de productiekosten laag. Het enige wat nog rest is de juiste connectie te leggen met de binnenlandse markt. Gebr.Seiffers